In juni 2023 heeft BRAVO een brief gestuurd aan de beleidsdirectie Primair Onderwijs van het ministerie van OCW. In deze brief vroegen wij aandacht voor de problemen die schoolorganisaties ervaren bij de aanvraag van de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Met name rondom invalkrachten blijkt het in de praktijk vaak niet haalbaar om tijdig een VOG te verkrijgen. Hierdoor kunnen beschikbare kandidaten niet worden ingezet en komt het zelfs voor dat klassen naar huis moeten worden gestuurd. Daarnaast vormt de huidige procedure een aanzienlijke administratieve belasting voor werkgevers, administratiekantoren en accountants.
BRAVO pleitte daarom voor een vereenvoudigde aanvraagprocedure, waaronder de mogelijkheid van continue screening, zoals al gebruikelijk is in de kinderopvang.
Sinds de oproep van BRAVO zijn diverse stappen gezet door het ministerie om de VOG‑systematiek in het funderend onderwijs te verbeteren en te moderniseren.
1. Inventarisatie en beleidsvorming afgerond
Het ministerie heeft de toegezegde inventarisatie uitgevoerd naar mogelijkheden om de VOG‑systematiek beter aan te laten sluiten op die van de kinderopvang. Uit deze inventarisatie blijkt dat een aanscherping van de VOG‑systematiek noodzakelijk is om veiligheidsrisico’s in het onderwijs verder te verkleinen.
2. VOG‑Kinderopvang (VOG‑KO) als mogelijke vereenvoudiging
Een belangrijke oplossingsrichting is dat medewerkers in het primair onderwijs kunnen volstaan met een VOG‑Kinderopvang (VOG-KO). Volgens het ministerie en betrokken ketenpartners (Justis, JenV en SZW) is dit de eenvoudigste en snelst te realiseren maatregel om de administratie te verlichten en procedures te versnellen. Deze optie wordt verder uitgewerkt.
3. Onderzoek naar continue screening
Het kabinet onderzoekt actief hoe continue VOG‑screening kan worden ingevoerd in het funderend onderwijs, naar voorbeeld van de kinderopvang. Continue screening biedt structurele voordelen: het verhoogt de veiligheid én vermindert de administratieve lasten voor werkgevers aanzienlijk.
Ook organisaties zoals de PO-Raad pleiten al langer voor deze modernisering, omdat het administratieve processen vereenvoudigt en beter aansluit bij de praktijk van invalkrachten.
4. Nieuwe verantwoordingsplicht vanaf verslagjaar 2024
Vanaf verslagjaar 2024 moeten schoolbesturen in hun bestuursverslag verantwoording afleggen over de (tijdige) aanwezigheid van VOG’s. Dit vervangt de eerdere jaarlijkse verplichte controle door instellingsaccountants. Hiermee verandert de werkdruk en verantwoordelijkheid rond VOG‑controle binnen organisaties.
5. Aangescherpte norm bij indiensttreding
Het ministerie benadrukt dat (inval)leerkrachten niet aan hun werkzaamheden mogen beginnen zonder geldige VOG. Ondanks de eerder gesignaleerde knelpunten blijft deze norm gehandhaafd en wordt deze strikter gecommuniceerd aan schoolbesturen.
6. VOG‑verplichting uitgebreid per 1 januari 2025
Sinds 1 januari 2025 geldt de VOG‑plicht ook voor werknemers in het aanvullend onderwijs, zoals bijlesdocenten, huiswerkbegeleiders en trainers die in of nabij het schoolgebouw actief zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuur.
Waardering en samenwerking
Het ministerie blijft de inzet van BRAVO zeer waarderen. Onze signalen over de administratieve lasten en knelpunten bij de VOG‑aanvraag worden nadrukkelijk meegenomen in de beleidsontwikkeling. De gezamenlijke ambitie is en blijft: een veiligere schoolomgeving met zo min mogelijk administratieve druk voor onderwijsorganisaties.
Vervolg
Zodra er meer duidelijkheid is over de uiteindelijke inrichting van de VOG‑systematiek, waaronder de mogelijke invoering van continue screening en/of de VOG‑KO als standaard, zal BRAVO dit opnieuw communiceren via de website.
